Skip to main content

Op 1 januari 2023 moeten bijna alle kantoorgebouwen minimaal energielabel C hebben. Deze verplichting is in 2018 vastgelegd in een wijziging van het Bouwbesluit. Met nog iets meer dan twee maanden voordat de regeling ingaat, voldoet nog maar de helft van de kantoren aan deze labeleis, blijkt uit een brief van minister de Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

In praktische zin betekent een energielabel C voor een kantoorgebouw dat het primair fossiel energiegebruik maximaal 225 kWh per m² per jaar mag bedragen. Om daaraan te voldoen, kan een pandeigenaar isolatiemaatregelen treffen, en er bijvoorbeeld voor kiezen om gasketels in de installatieruimte te vervangen door een warmtepomp. Wordt op 1 januari aanstaande niet aan de labeleis voldaan, dan betekent dit formeel dat het pand niet meer als kantoor mag worden gebruikt.

Uitzonderingen

Er zijn een paar uitzonderingen op de regel; zo vallen kantoren kleiner dan 100 m² niet onder de labeleis. Dat geldt ook voor panden die binnen twee jaar worden gesloopt of getransformeerd, en voor monumenten. Verder is er een regel voor panden waarbij de terugverdientijd van maatregelen voor de labelstap naar C meer dan tien jaar bedraagt. In die gevallen volstaat het als de eigenaar maatregelen treft die zich wel binnen die periode terugverdienen.

Beeld is nauwelijks veranderd

Van de panden waar per 1 januari de nieuwe eis voor geldt, blijkt een groot aantal er nog steeds niet aan te voldoen. Verrassend is dat niet; begin dit jaar schatte uitvoeringsinstantie RVO al dat ruim de helft van de kantoren nog een label D of lager droeg – of helemaal geen label had. Dat beeld blijkt inmiddels nauwelijks veranderd, zo bleek afgelopen week uit een brief die minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening naar de Tweede Kamer stuurde. Hierin geeft De Jonge de ‘stand’ per 1 oktober 2022 aan. Op deze datum bleek ongeveer 50 procent van de kantoren aan de eis te voldoen, 11 procent te zijn voorzien van een label D, E, F of G, en 39 procent geen label te hebben. Het Economisch Instituut voor de Bouw maakte eerder de schatting dat van gebouwen in die laatste categorie ongeveer een op de drie bij een labelaanvraag alsnog label C of beter krijgt.

Gemeenten moeten handhaven

Als die laatste schatting klopt en voor alle labelloze kantoren alsnog een label wordt aangevraagd, zou meer dan een op de drie kantoorgebouwen in Nederland op 1 januari niet aan de eis voldoen. De vraag is hoe en in hoeverre er vervolgens op wordt gehandhaafd. Die handhaving is de verantwoordelijkheid van gemeenten, maar kan eventueel worden overgedragen aan een omgevingsdienst. “Afgelopen juli heb ik alle gemeenten via een brief met klem verzocht deze toezichthoudende taak voortvarend op te pakken”, stelt de minister in zijn brief. Volgens De Jonge hebben gemeenten extra middelen gekregen voor dit toezicht.

Stappenplan voor handhaving

Gemeenten kunnen op de website van het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) een stappenplan vinden voor handhaving: van het aanschrijven van de eigenaar tot het opleggen van een last onder dwangsom of – ‘in het uiterste geval’ – een last onder bestuursdwang. Dat laatste kan betekenen dat een kantoor dat niet aan de labelplicht voldoet, wordt gesloten. Minister De Jonge: “Ik blijf de komende periode overleg voeren met het bevoegd gezag, om te borgen dat de handhaving landelijk zoveel mogelijk uniform zal worden uitgevoerd en voortvarend wordt opgepakt.”