Skip to main content

In het kader van Europese en nationale klimaatdoelstellingen zet ook de Franse regering behoedzaam haar eerste stappen op weg naar een verbod op het gebruik van fossiele brandstoffen zoals gas en stookolie. Dat gaat nog niet zonder horten of stoten, en de ingangsdatum is inmiddels tweemaal uitgesteld.

Toen de Franse regering begin 2021 bekendmaakte dat het per 1 januari 2022 toch echt gedaan zou zijn met verwarmings-installaties op stookolie, ging er even een lichte golf van paniek door het land. “Veel van onze klanten belden ons lichtelijk overspannen op. Sommige installateurs trokken zich de haren uit het hoofd”, vertelt Marie-Noëlle Perrier, secretaris van een regionale vakbond van brandstofdistributeurs. “Hoe moesten ze al die verwarmings-installaties nog voor 2022 vervangen? Zo stak het echter niet in elkaar. Het was niet zo dat stookolie over een jaar ineens verboden zou zijn.”

Wijdverbreid gebruik van stookolie

Het lag allemaal wat genuanceerder. In Nederland wordt stookolie nog slechts sporadisch gebruikt voor woningverwarming en lijkt het vooral iets uit het verleden. Voor ongeveer 3,5 miljoen Franse huishoudens is het gebruik van  deze brandstof echter nog aan de orde van de dag. Nog vaak genoeg kom je op een smal landweggetje een grote tankwagen met ‘fioul’ tegen, op weg naar een klant die achteraf woont en voor wie stookolie – naast hout – de enige manier is om zijn woning tegen een redelijke prijs te verwarmen.

Milieuplan met dubbel verbod

Uit het Milieuplan dat de Franse ministers Barbara Pompili (Ecologische transitie) en Emmanuelle Wargon (Wonen) eind 2020 presenteerden, bleek dat de Franse regering in wil zetten op het verbieden van gas en stookolie voor het verwarmen van woningen. Deze beslissing maakt deel uit van het doel van de regering om voor 2030 de nationale uitstoot van broeikasgassen met een derde te verminderen.

Meerdere malen uitgesteld

De geplande invoering van het gasverbod bij nieuwbouwwoningen is inmiddels twee keer uitgesteld. Oorspronkelijk zou het per 1 januari 2021 ingaan, maar die datum werd al snel verschoven naar 1 juli 2021. Vanaf die datum zouden alle nieuwe bouwvergunningen die nog in gas voorzagen systematisch worden geweigerd. Dit komt neer op een totaalverbod op gas als verwarmingsbron voor alle individuele nieuwbouw. Om een indruk te geven: het gaat om 30.000 à 40.000 woningen per jaar, van de ongeveer 350.000 woningen die in 2021 werden gebouwd. Het aantal nieuwbouwwoningen daalt overigens al enkele jaren gestaag.

‘Nog niet klaar voor het verbod’

Ook de nieuwe geplande datum werd weer verschoven. Het kwam allemaal te snel, en in een tijd waarin bedrijven het toch al zwaar hebben. Zowel de burgers als de bouwers waren nog niet ‘klaar’ voor het verbod, zo redeneerde de overheid. De sector was het daar overigens hartgrondig mee eens. “In een context waarin de Franse economie nog nooit zoveel overheidssteun nodig had om werkgelegenheid te behouden, is het eenvoudigweg onverantwoord om een sector die bijna 45 procent van de nieuwbouw vertegenwoordigt te vragen om haar werkwijze in enkele maanden radicaal om te gooien”, zo verklaarde Damien Hereng, voorzitter van de Franse vakvereniging van bouwers van eengezinswoningen, in het landelijke dagblad Le Figaro.

Domino-effect op andere maatregelen

De nieuwe ingangsdatum van het verbod werd op 1 januari 2022 gesteld, en aan die datum heeft men zich gehouden. Sinds enkele maanden is het installatieverbod in individuele nieuwbouw dus effectief van kracht. Door dit nieuwe uitstel is ook het verbod op de installatie van nieuwe stookolie-installaties zes maanden opgeschoven, tot 1 juli 2022. Twee nieuwe verboden die tegelijkertijd ingaan, dat vond men toch teveel van het goede. Het domino-effect reikt echter verder: ook de ingangsdatum op het gasverbod in collectieve woningbouw schuift op, van 1 januari 2024 naar 1 januari 2025. Dat voor collectieve woningbouw een later tijdstip is gekozen, verklaart minister Wargon door het schaalverschil: “Alternatieve energiebronnen voor grotere wooncomplexen, zoals thermische zonne-energie of collectieve warmtepompen, kunnen nog niet op grote schaal worden ingezet.”

Stroomvretende elektrische radiatoren

De bouwwereld ziet beide verboden met lede ogen tegemoet. De kritiek op het plan is inmiddels afgezwakt, maar er is nog steeds angst voor de ‘terugkeer naar de verwarming op elektriciteit’ waar gedurende lange tijd op grote schaal gebruik van werd gemaakt in Frankrijk, met het doembeeld van stroomvretende elektrische radiatoren. Het ministerie verwacht echter dat veel consumenten zullen kiezen voor warmtepompen of pelletketels. “Bij nieuwbouw is het vrij eenvoudig om zonder overstap op elektrische radiatoren fossiele brandstoffen volledig uit te faseren.”

Sinds 1 januari zijn gasmeters in Frankrijk alleen nog in bestaande woningen aanwezig.

Subsidie voor energetische verbeteringen

De Franse consumentenbond Que Choisir legt de vinger op een tegenstrijdigheid: precies op het moment waarop de Franse regering in 2020 aankondigde dat gas als verwarmingsbron verboden zou worden in nieuwbouw, lanceerde diezelfde regering een subsidieregeling voor energetische verbeteringen in bestaande woningen. Deze ‘Ma Prime Rénov’ (‘mijn renov(atie)premie’) biedt nogal wat mogelijkheden, waaronder de installatie van een gasgestookte hr-ketel.

Stimulatie van ‘hoogwaardige gassystemen’

Toch zijn het verbod en deze premie niet volledig tegenstrijdig. Bestaande woningen zijn immers niet meegenomen in het gasverbod; de huidige overheidsplannen reiken dan ook niet zover dat gebruik van gas volledig wordt verboden. De overheid stimuleert daarvoor de installatie van ‘hoogwaardige gassystemen’ zoals hr-ketels of hybride systemen met een warmtepomp. Met de steunmaatregel stuurt de overheid aan op het efficiënter benutten van gas als energiebron.

11 procent gebruikt nog stookolie

Hoe zit het dan met stookolie? Laten we de cijfers erbij pakken. Gemiddeld wordt stookolie nog door 11 procent van de Franse huishoudens gebruikt voor het verwarmen van de woning. Daarbij komen grote nationale verschillen voor, variërend van ruim 20 procent in de oostelijke bergachtige gebieden met veel vrijstaande oude huizen, tot minder dan 3 procent op Corsica. In oude huizen komt het sowieso vaker voor: in 2017 werd in één op de vijf oude Franse huizen van vóór 1919 stookolie als belangrijkste (of enige) verwarmingsbron gebruikt.

Verwarmingstoestel voor stookolie, in een Franse keuken

Meer adem voor bouwbedrijven

Inmiddels is er wat water bij de wijn gedaan en is de ingangsdatum van het stookolieverbod verschoven naar 1 juli 2022, om te voorkomen dat beide verboden tegelijk zouden ingaan. Consumenten hebben dus nog wat langer de tijd om hun keuze te maken en de bouwbedrijven, die door de pandemie toch al onder hoge werkdruk staan en te kampen hebben met gebrek aan materialen, krijgen wat meer adem.
De soep wordt bovendien niet zo heet gegeten; ook hier is sprake van een stappenplan. Het zou ronduit onmogelijk zijn om de naar schatting 3,5 miljoen woningen die olie als energiebron gebruiken allemaal ineens te dwingen over te stappen naar een andere oplossing.

Bestaande stookolie-installaties

De eerste stap is het verbod op nieuwe installaties die gebruikmaken van stookolie. Het officiële wetsartikel definieert een emissieplafond (300 gram CO2-eq. per kWh) dat in principe het gebruik van energiebronnen als stookolie en steenkool onmogelijk maakt. Het verbod gaat op 1 juli 2022 in. Voor wie een dergelijke installatie voor verwarming of warm water al gebruikt, verandert er voorlopig niets. Onderhoud en reparatie blijven mogelijk en toegestaan, maar als de installatie niet meer gebruikt of gerepareerd kan worden, mag hij niet worden vervangen door nieuwe apparatuur die gebruikmaakt van stookolie.

Opslagtank voor stookolie in kelder van een woning.

Vervanging door biobrandstof

Brandstofleveranciers en installateurs lijken in te willen zetten op oplossingen waarbij de stookolie (gedeeltelijk) wordt vervangen door biobrandstoffen. “De overstap naar biobrandstoffen hoeft de consument niet veel te kosten”, verklaart Éric Layly, voorzitter van de FF3C, de Franse Federatie voor Brandstoffen en Verwarming. “Je moet daarvoor de brander vervangen en de olietank laten schoonmaken. Daarna kun je meteen overstappen op biobrandstof.”

Weerstand bij oudere consumenten

De gemiddelde – meestal wat oudere – consument ziet de noodzaak van de verandering niet in. “Waarom zou je een werkend systeem vervangen door iets anders?”, gromt een gebruiker. Volgens een recente opiniepeiling van landelijk dagblad Le Figaro wenst 47 procent van de respondenten zijn olietank te behouden of hem desnoods aan te passen voor biobrandstoffen. De redenen zijn vaak financieel: overstappen naar een nieuwe installatie is duur en het gebruik van stookolie is vooralsnog relatief goedkoop.

Warmtepomp of pelletkachel

De eerste voorzichtige schattingen laten zien dat de consumenten die overstappen over het algemeen blijken te kiezen voor een warmtepomp of een pelletkachel, al zijn definitieve cijfers daarover niet beschikbaar. Ook houtkachels blijven in Frankrijk onverminderd populair, meestal als aanvullende warmtebron, waarbij de sfeer en aanblik ervan zeker ook meetellen.