Skip to main content

Vanaf 2026 moeten hr-ketels bij vervanging plaatsmaken voor een ‘efficiëntere verwarmingsinstallatie’ zoals een (hybride) warmtepomp. Dit plaatst fabrikanten, installateurs en consumenten voor een uitdaging, zeker gezien het huidige tekort aan warmtepompen en installateurs. In een Kamerbrief heeft minister Jetten (Klimaat en Energie) uitleg gegeven over het ‘Actieplan hybride warmtepompen’ waarmee deze obstakels moeten worden overwonnen.

Dat hr-ketels over drieënhalf jaar niet meer een-op-een mogen worden vervangen, moet voortkomen uit nieuwe normering waar het kabinet aan werkt. In die normering worden bij hr-ketelvervanging hogere eisen gesteld aan de efficiëntie van de nieuwe verwarmingsinstallatie. Een standalone-gasketel zal daar in de meeste gevallen niet aan voldoen. Wat rest, is een (al dan niet hybride) warmtepomp of – als daar gemeentelijke plannen voor zijn – aansluiting op een warmtenet.

Voldoende vakbekwame installateur

In veel gevallen zullen eigenaren van een hr-ketel op termijn dus moeten overstappen op een warmtepomp. Om dit mogelijk te maken, is het – zo erkent de minister in zijn Kamerbrief – belangrijk dat er voldoende apparaten en vakbekwame installateurs beschikbaar zijn, en dat er sprake is van een betaalbare prijs voor de consument. Hier moet het Actieplan hybride warmtepompen voor gaan zorgen. Dit plan wordt opgezet en uitgevoerd in samenwerking met partijen als Vereniging Warmtepompen, Techniek Nederland en Netbeheer Nederland.

Randvoorwaarden

Bij de uitwerking van de nieuwe normering voor ketelvervanging wordt volgens het kabinet rekening gehouden met drie randvoorwaarden:

  1. Er moeten voldoende efficiënte verwarmingsinstallaties zijn, en voldoende installateurs die ze kunnen plaatsen. Hierover worden afspraken gemaakt met Techniek Nederland (vertegenwoordiger van installateurs), en de Nederlandse verwarmingsindustrie en Vereniging Warmtepompen (vertegenwoordigers van fabrikanten). Verschillende fabrikanten werken inmiddels aan het opschalen van hun productie.
  2. De nieuwe normering wordt alleen ingezet bij woningen waarbij de (hybride) warmtepomp in de woning past en in staat is om comfortabel en kostenefficiënt te verwarmen. Er komt nader onderzoek om deze randvoorwaarde uit te werken.
  3. Er komt een uitzondering voor woningen in wijken die binnen tien jaar overgaan op een warmtenet. Dit om te voorkomen dat de aanschaf van een hybride warmtepomp een ‘desinvestering’ is.

Aanjagen van de vraag naar warmtepompen

In het Actieplan hybride warmtepompen worden afspraken gemaakt met de verschillende betrokken partijen. Daarbij gaat het onder andere over het verkorten van de installatietijd en het opschalen van de productie, over monitoring en communicatie, en over aanvullende stimulering. De vraag naar hybride warmtepompen moet dusdanig worden aangejaagd dat in de komende twee jaar 125.000 ‘additionele’ hybride warmtepompen worden geplaatst. Dit aantal komt ongeveer overeen met het budget dat in de miljoenennota 2022 is vrijgemaakt voor ISDE-subsidie voor hybrides.

Productiekosten verlagen middels innovatie

Om zulke aantallen te realiseren, moeten fabrikanten de komende jaren de fabricagekosten van hybride warmtepompen verlagen. Als doelstelling noemt het actieplan een kostenreductie van 40 procent in 2030 ten opzichte van het prijsniveau van 2021. Dit moet mogelijk worden gemaakt door de productiekosten middels productinnovatie en ketenstandaardisatie omlaag te brengen.
Een andere belangrijke voorwaarde voor snellere uitrol van warmtepompen is dat er voldoende installateurs komen en de installatietijd korter wordt. Ook met betrekking tot dat laatste meldt de Kamerbrief concrete doelstellen: de installatietijd van een complete hybride installatie moet worden gehalveerd van ongeveer 32 uur nu (twee monteurs, twee werkdagen) naar 16 uur (twee monteurs, een werkdag).

Bij- en omscholing van installateurs

Het tekort aan technische vakkrachten is al jaren een groot probleem dat deze kabinetsplannen kan dwarsbomen. Dit wordt in de Kamerbrief van minister Jetten onderkend. Het kabinet wil dat het aantal vakbekwame warmtepompinstallateurs voor 2025 toeneemt tot “100 ‘dedicated FT per 10.000 geïnstalleerde installaties”. Om dit mogelijk te maken is volgens het kabinet “(bij- en om-)scholing, product- en procesinnovatie, en handelingsperspectief voor installateurs nodig”. Hiervoor wordt onder andere ingezet op bijscholing van bestaande installateurs, het integreren van de hybride warmtepomp binnen het onderwijs van (in- en zij-instromende) installateurs, en inhouse-trainingsdagen voor ROC- en IWN-studenten.

Welk product in welke situatie

Volgens het kabinet is op dit moment onvoldoende duidelijk welk product het beste bij welke situatie past. Dit leidt tot vragen bij installateurs, bijvoorbeeld rond het optimale vermogen van een installatie en over de mate van energiebesparing die de klant kan worden beloofd. Voor consumenten is vooral onduidelijk wat ze mogen verwachten van een bepaald product. Om meer duidelijkheid te verschaffen, moet op basis van bestaande testgegevens een methodiek worden uitgewerkt die de te verwachten rendementen voor verschillende situaties en configuraties aangeeft. Dit moet zowel installateurs als consumenten inzicht geven in welke producten voor hun specifieke situatie een goede oplossing zijn.

Gevolgen voor het elektriciteitsnet

Door de energietransitie lopen netbeheerders tegen steeds grotere problemen aan. Simpel gezegd, lopen de opwekking en afname van duurzame energie grotendeels niet synchroon, waardoor er pieken en tekorten op het elektriciteitsnet ontstaan. Dit levert een risico op onbalans en instabiliteit op het net. Slimme warmtepompen die op afstand tijdelijk kunnen worden af- en ingeschakeld (respectievelijk bij een dreigend aanbodtekort en -overschot) kunnen bijdragen aan een oplossing. In de Kamerbrief spreekt minister Jetten dan ook over “doorontwikkeling van de hybride warmtepomp naar een slimme warmtepomp voor het faciliteren van noodzakelijke flexibiliteit binnen het energiesysteem”. Overigens zou uit meetgegevens in de Installatiemonitor (www.installatiemonitor.nl) blijken dat de impact van hybride warmtepompen op het net beperkt kan blijven.

Monitoring van resultaten

Om te zien in hoeverre de plannen rond hybride warmtepompen succesvol worden uitgerold, moeten de verschillende aspecten uit het Actieplan worden gemonitord. Zo kan mede aan de hand van ISDE-aanvragen beter zicht komen op de aantallen hybride warmtepompen die worden verkocht en geïnstalleerd. Verder spreekt de minister over het monitoren van de impact van warmtepompen op het stroomnetwerk (zie kader hierboven), moet worden bijgehouden of en hoe het aantal vakbekwame installateurs en installatiebedrijven groeit, en wil het kabinet zicht geven op de manier waarop productie- en installatiekosten zich ontwikkelen.

Prijsstijgingen per 1 september

Door de stijgende vraag naar grondstoffen en de sterk gestegen brandstof- en transportprijzen hebben we van onze leveranciers het bericht ontvangen dat de prijzen vanaf 1 september zullen stijgen. Als u nog voor eind augustus een bestelling bij ons plaatst kunnen we nog tegen de huidige tarieven leveren.