Skip to main content

Uit de onlangs gepubliceerde Gasmonitor van Natuur & Milieu blijkt dat er in 2021 fors meer hr-ketels dan warmtepompen zijn verkocht: 431.000 tegenover 72.300 stuks. Dat baart de milieuorganisatie zorgen. “Alle hens aan dek is nodig om zo snel mogelijk meer installateurs en apparaten beschikbaar te krijgen voor de overgang naar aardgasvrij wonen.”

Uit de Gasmonitor, een jaarlijks onderzoek naar de verkoopcijfers van warmtetechnieken, blijkt dat er in 2021 16 procent meer warmtepompen zijn verkocht dan in 2020. Dat is een lagere groei dan in de voorgaande vijf jaar. De verkoop van hr-ketels groeide in 2021 met minder dan een procent. Daarmee stijgt de verkoop weer, nadat deze een jaar eerder was gedaald.

Vooral warmtepompen in nieuwbouw

De groei in verkoopcijfers van de warmtepomp kwam volgens Natuur & Milieu vooral door plaatsing in nieuwbouwwoningen. Dit heeft ermee te maken dat nieuwbouw sinds 2018 in principe geen aardgasaansluiting meer krijgt. Van de 72.300 verkochte warmtepompen, waren er minimaal 3800 bestemd voor een hybride warmtepomp (hr-ketel met warmtepomp). De verkoop van de hr-ketels was vrijwel volledig bestemd voor bestaande woningen.

Aandeel warmtepompen te klein

De uitkomsten van de Gasmonitor baart de milieuorganisatie zorgen. “Het aandeel warmtepompen op de warmtemarkt is nog steeds te klein”, zegt Rob van Tilburg, directeur programma’s van Natuur & Milieu “Als we op dit tempo doorgaan zijn slechts een half miljoen bestaande woningen tussen 2020 en 2030 uitgerust met een (hybride) warmtepomp, en heeft een groot aantal huishoudens nog jarenlang te maken met extreem hoge gasprijzen. Dit komt niet vanzelf goed ondanks inspanningen van de overheid en de sector. Alle hens aan dek is nodig om zo snel mogelijk meer installateurs en apparaten beschikbaar te krijgen voor de overgang naar aardgasvrij wonen.”

Verplichtingen vanaf 2026

Natuur & Milieu wijst op de verplichting voor huiseigenaren om vanaf 2026 bij vervanging van hun hr-ketel minimaal een hybride warmtepomp te laten installeren. Andere opties zijn een duurzaam warmtenet of een volledig elektrische warmtepomp. Uit de Gasmonitor blijkt dat er afgelopen jaar minimaal 3800 hybride warmtepompen zijn aangevraagd via de ISDE-subsidieregeling. Een lichte stijging (6 procent) ten opzichte van het jaar daarvoor. Op basis van deze cijfers is het volgens de milieuorganisatie niet aannemelijk dat huishoudens binnen vijf jaar de overstap kunnen maken naar een hybride warmtepomp. De milieuorganisatie ziet de hybride warmtepomp als een belangrijke stap naar aardgasvrij wonen.

Lange levertijden en materiaaltekorten

Volgens Natuur & Milieu heeft de maar lichte stijging van de verkoop van hybride warmtepompen enerzijds te maken met de kosten, maar zeker ook met de lange levertijden en materiaaltekorten. Van Tilburg: “huishoudens worden nu geconfronteerd met extreem hoge gasprijzen. Het belang om snel meer hybride warmtepompen bij consumenten te krijgen is groot, zodat mensen op de energierekening kunnen besparen. Daarvoor is het in ieder geval noodzakelijk dat er meer vakbekwame installateurs komen, want daar is een flink gebrek aan.”

Monteurs oriënteren op warmtepompen

Volgens Van Tilburg zouden monteurs die nu werken aan het installeren van cv-ketels zich meer moeten oriënteren op het installeren van warmtepompen. En de materiaalstromen zouden volgens hem meer ten goede moeten komen aan het bestrijden van klimaatsverandering en een uitkomst moeten bieden aan de torenhoge gasprijs, zoals aan warmtepompen. Daarnaast moeten fabrikanten van hybride warmtepompen hun productie in de komende jaren fors gaan opschalen. Een grotere toegankelijke markt maakt de hybride warmtepomp goedkoper.” De milieuorganisatie benadrukt verder het belang van financiële steun voor mensen met lage inkomens.

Dit jaar meer vraag naar warmtepompen

Ondanks de bezorgdheid heeft Van Tilburg desgevraagd ook geconstateerd dat er dit jaar meer vraag is naar warmtepompen. “Vergeleken met dezelfde periode vorig jaar groeide het aantal installaties van warmtepompen daardoor in de eerste maanden van dit jaar met rond de 20 a 25 procent, maar dat daarna was sprake van een afvlakking vanwege lange levertijden als gevolg van materiaaltekort en door een tekort aan monteurs.”