Skip to main content

Bij aquathermie wordt oppervlaktewater als bron voor een warmtepomp gebruikt. Dit kan bij een individuele woonark worden toegepast, maar ook om een warmtenet te voeden waarmee een woonwijk gasloos wordt gemaakt. Voor gemeenten is het echter de vraag of dit laatste economisch haalbaar is. Onderzoek in opdracht van de Provincie Utrecht geeft een bevestigend antwoord. Als aquathermie daarbij wordt gecombineerd met wko levert dat nog extra voordeel op.

Lokale overheden worstelen met de energietransitie; dat blijkt onder andere uit het gebrek aan voortgang rond de proeftuinen voor aardgasvrije woonwijken. Gemeenten lopen onder andere tegen vragen aan rond technische en juridische mogelijkheden, en ze moeten draagvlak onder bewoners zien te creëren. Een belangrijke andere hobbel betreft de vraag welke technische oplossing een gezonde businesscase oplevert en wie hem vervolgens financiert.

Technische en economische haalbaarheid

Een van die mogelijke technische oplossingen is een laagtemperatuur-warmtenet dat wordt gevoed door een warmtepompcentrale die oppervlaktewater als bron gebruikt – een zogeheten aquathermiesysteem. Links en rechts wordt daar al concreet over nagedacht; zo wordt voor het Friese dorp Heeg bijvoorbeeld de optie onderzocht om alle 864 woningen aan te sluiten op een aquathermie-warmtenet. Ook de Provincie Utrecht wil in kaart krijgen of en hoe aquathermie een realistische optie is om hele woonwijken gasloos te maken. In dat kader heeft Techniplan Adviseurs onderzoek gedaan naar de technische en economische haalbaarheid van grootschalige aquathermie in deze provincie. Daarbij werd ook uitdrukkelijk gekeken wat de meerwaarde is van een combinatie met wko.

Onderzoek naar twee locaties

Het Techniplan-onderzoek richtte zich op twee locaties: Nieuwegein (met oppervlaktewater uit de Lek of het Amsterdam-Rijnkanaal als bron) en Amersfoort (met oppervlaktewater uit het Eemmeer). Daarbij werd onder andere gekeken naar de technische haalbaarheid, de potentiële CO₂-reductie, het effect op de temperatuur van het oppervlaktewater, en – last but not least – de economische haalbaarheid. Alle verschillende configuraties die door Techniplan zijn onderzocht, blijken technisch haalbaar, waarbij het effect op de temperatuur van de bron (rivier, kanaal of meer) ‘verwaarloosbaar’ is. Voor de locatie in Nieuwegein komen de onderzoekers daarbij uit op een terugverdientijd van maximaal tien jaar.

Combinatie met wko

Uit het onderzoek blijkt verder dat de combinatie van aquathermie met wko de economische haalbaarheid verbetert (omdat vanuit bodemopslag de hele winter warmte kan worden geleverd) en de CO₂-reductie ten opzichte van conventionele stadsverwarming verder wordt vergroot. Bij die combinatie komen de onderzoekers in hun berekeningen uit op een potentiële CO₂-reductie van maximaal 84% als de warmtepompinstallatie groene stroom gebruikt. Met gebruik van grijze stroom komt die reductie uit op maximaal 27%.

Leidinglengte en schaalgrootte

Op basis van het onderzoek doet Techniplan een aantal algemene aanbevelingen. Zo moet de te overbruggen leidinglengte tussen de bron (zoals een kanaal) en de warmtepompcentrale zoveel mogelijk worden beperkt omdat hij een kostenverhogende rol speelt. Een ander punt dat wordt benoemd, is het economische voordeel dat grotere warmtepompcentrales met zich meebrengen ten opzichte van kleinere systemen, en tot slot stellen de onderzoekers dat de combinatie met wko een belangrijk effect heeft.

Wko essentieel voor haalbaarheid

De toevoeging van wko wordt zelfs als essentieel gezien voor de haalbaarheid van een groot aquathermiesysteem dat een warmtenet voedt. Volgens Techniplan voorkomt een wko dat de warmtevraag en het aanbod niet op elkaar aansluiten. Met name in de winter kan bodemenergie een uitkomst bieden als te weinig warmte aan het oppervlaktewater kan worden onttrokken. Afhankelijk van de situatie kan de combinatie aquathermie + wko hierdoor een kortere verdientijd hebben dan grootschalige aquathermie zonder wko.