Skip to main content

Niet de COP, maar de SCOP geeft een goed beeld van de prestaties van een warmtepomp. Vooral bij lucht/water-warmtepompen is het gemiddelde van het stookseizoen een belangrijke indicatie. Dit omdat de brontemperatuur minder stabiel is dan bij een bodemwarmtepomp. Hoe komt de SCOP eigenlijk tot stand?

SCOP, wat staat voor Seasonal Coefficient of Performance, kom je steeds vaker tegen in de vermelding van de prestaties van warmtepompen. Vooral bij lucht/water-warmtepompen is de SCOP een belangrijke graadmeter voor het te verwachten rendement. Dat komt omdat buitenlucht een minder stabiele temperatuur heeft dan de bodembron van een water/water-warmtepomp. De buitentemperatuur varieert flink in het stookseizoen en dat geldt ook voor de afgiftetemperatuur. Daardoor geeft de COP, die voor lucht/water-warmtepompen meestal wordt weergegeven bij een buitentemperatuur van +7 °C en een afgiftetemperatuur van 35 °C (A7/W35), geen goede weergave van het te verwachten rendement.

Gewogen gemiddelde van de COP

De gemiddelde COP – de SCOP dus – van een compleet stookseizoen geeft een betere indruk van de prestaties onder alle weersomstandigheden. Vandaar dat de SCOP door de opkomst van lucht/water-warmtepompen steeds vaker in brochures en bij technische specificaties staat afgedrukt. Hoe wordt die SCOP bepaald? In het kort: door de COP onder verschillende omstandigheden te berekenen en samen te stellen tot een gewogen gemiddelde. De SCOP is niet alleen van toepassing bij lucht/water-warmtepompen; ook bij bodem- en ventilatiewarmtepompen kunnen fabrikanten de SCOP opgeven.

NTA8800 vereist SCOP-berekening

De SCOP is onmisbaar in de Nederlandse NTA8800. Dit is de leidraad voor het bepalen van het energielabel van bestaande woningen en de BENG-waardes voor nieuwbouw. De NTA eist daarom dat fabrikanten een SCOP-berekening maken. De belangrijkste input voor de SCOP-berekening bestaat voor lucht/water-warmtepompen uit minimaal drie officieel gemeten COP-waardes. Voor alle warmtepompen moeten die zijn gemeten door een geaccrediteerd instituut als Kiwa of Tüv, zo vereist de NTA8800. Voor een lucht/water-warmtepomp moet de COP zijn gemeten bij drie combinaties van een afgiftetemperatuur van 35 °C en een hogere temperatuur (meestal 55 °C), en een buitentemperatuur van +7 °C en -7 °C (A7/W35, A7/W55 en A-7/W35). Dat levert een COP-lijn die begint bij een buitentemperatuur van  -9 °C en eindigt bij +16 °C.

Europese testnormen

De rekenmethodiek voor de NTA8000 is gebaseerd op de Europese testnormen EN 14511 en EN 14825. Die normen zijn ook leidraad voor het Europese Ecodesign waar fabrikanten het energielabel op het toestel op baseren. Ecodesign maakt gebruik van grofmaziger buitentemperatuurtabellen. Zo is Europa ingedeeld in drie klimaatzones. Nederland zit in dezelfde klimaatzone als grote delen van Frankrijk die zelfs doorlopen tot aan de Middellandse Zee. De SCOP volgens de Nederlandse NTA8800 geeft daarom een veel beter praktijkbeeld.

Ontdooicyclus leidt tot COP-dip

Voor lucht/water-warmtepompen kunnen fabrikanten nog een vierde gemeten COP-waarde in de berekening invoeren, namelijk de COP bij +2 °C buitenlucht en 35 °C afgifte. Dit heeft te maken met de ontdooicyclus. Voor een buitenluchtwarmtepomp is er een correctie op de berekende COP. Zonder vierde meetpunt gaat de NTA8800 uit van een COP-dip van 25 procent als forfaitaire waarde. Je krijgt dus een rechte COP-lijn met een knik erin. In de praktijk blijkt die COP-dip van 25 procent soms wat al te gortig; er zijn warmtepompen die het beter doen. Door het inbouwen van slimme regelingen kost de ontdooicyclus simpelweg minder energie.

Beter dan de forfaitaire waarde

Fabrikanten kunnen in dat geval met een vierde COP-meetpunt, gemeten bij +2 °C, bereiken dat de knik in de COP-lijn minder drastisch wordt. Dat is gunstig voor de SCOP. Veel fabrikanten bepalen de SCOP met het vierde meetpunt erbij, blijkt uit navraag. Dat betekent dat veel warmtepompen het beter doen dan wat de forfaitaire waarde aangeeft. Voor een bodemwarmtepomp geldt de ontdooicyclus niet en zijn drie COP-meetpunten voldoende. Voor een ventilatiewarmtepomp wordt de SCOP op basis van twee officiële COP-waardes bepaald.

Tabel met buitentemperaturen

Met de drie of vier officieel bepaalde COP-waardes wordt nu een COP-vlak gemaakt (zie beeld hieronder). Bij elke buitentemperatuur wordt met de brontemperatuur en de afgiftetemperatuur de COP bepaald. Op die COP-waarden worden vervolgens het aantal uren per jaar losgelaten. De graadtabel volgens NEN 5060 bevat een overzicht van het aantal uren per jaar dat er een bepaalde buitentemperatuur heerst, gebaseerd op KNMI-gegevens. Dit zijn statistische gemiddelden, want de ene winter is kouder dan de andere. Uit de tabel blijkt bijvoorbeeld dat een buitentemperatuur van -9 °C gemiddeld maar een paar uur per jaar voorkomt. Een buitentemperatuur van +5 °C komt juist heel veel voor.

Voorbeeld van het COP-vlak met de afhankelijkheid van de verdamper en condensortemperatuur.

Verschil in isolatiegraad van woning

Al die uren uit de graadtabel en de bijbehorende COP worden in de berekening gestopt en daar rolt dan de SCOP uit. Bij de SCOP-bepaling wordt ook rekening gehouden met de isolatiegraad van een woning. De verwarming begint pas bij buitentemperaturen lager dan +16 °C voor matig geïsoleerde woningen, en +12 °C voor goed geïsoleerde nieuwe huizen. Als een warmtepomp geschikt is voor een hogere afgiftetemperatuur, moet de COP wel op die hogere temperatuur zijn gemeten. Het is niet toegestaan om de COP bij 35 °C officieel te laten meten, die waarde in de grafiek te stoppen en vervolgens te extrapoleren naar een COP bij een hogere afgiftetemperatuur.

Combiwarmtepomp en warmtepompboiler

Met combiwarmtepompen en warmtepompboilers kan ook warm tapwater worden gemaakt. Het rendement voor tapwaterverwarming wordt vrijwel volledig bepaald tijdens de officiële/genormeerde test die daarvoor is ontwikkeld en omschreven is in de EN 16147. Hierin wordt bijvoorbeeld ook rekening gehouden met het stilstandsverlies van de boiler. Uiteindelijk levert dat voor een combiwarmtepomp twee SCOP-getallen op: één voor verwarmen en één voor tapwaterbereiding.

Stichting valideert berekeningen

Fabrikanten moeten zelf de SCOP bepalen, op basis van de door een geaccrediteerd meetinstituut afgeven COP-waardes voor de drie of vier meetpunten. Het rekenmodel waarmee de SCOP is bepaald, sturen ze op naar het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheid (BCRG). Deze zelfstandige stichting, opgericht door kennisinstituut ISSO, controleert de berekening en valideert hem voor de NTA8800. Vanaf dat moment mag de SCOP officieel worden meegenomen in de berekening van de BENG-kengetallen.