Skip to main content

Lucht/water-warmtepompen krijgen het bij strenge vorst en andere winterse ongemakken fors te verduren. Het rendement bij een buitentemperatuur van -10 °C is niet bijster hoog. Met wat kleine aanpassingen is er alsnog het beste van te maken.

Een warmtepomp functioneert het best bij een zo laag mogelijke cv-watertemperatuur. Hoe hoog die temperatuur moet zijn, bepaalt de stooklijn. Dat is een lijn die op basis van de buitentemperatuur de cv-aanvoertemperatuur weergeeft. Meestal is het startpunt een buitentemperatuur van 20 °C. Daarbij geldt een aanvoertemperatuur van 20 °C en staat de compressor uit. Het eindpunt van de stooklijn, meestal -10 °C, betekent bij warmtepompen veelal een aanvoertemperatuur van 50 °C. Vaak is de stooklijn een rechte lijn tussen start- en eindpunt. Bij een buitentemperatuur van +5 °C is de aanvoertemperatuur 35 °C, precies halverwege de lijn van 20 naar 50 °C.

Verlagen van de aanvoertemperatuur

De stooklijn is in theorie dus een standaardinstelling, maar is hij dat ook in de praktijk? Misschien liggen er extra slangen in de vloer, is er extra isolatie of ventileren bewoners veel? Dan staat de stooklijn verkeerd afgesteld. De installateur verandert de stooklijn vrijwel nooit. Alleen bij koudeklachten of bij een systeem met radiatoren/convectoren zal de monteur de stooklijn opschroeven. De standaardinstelling is een stooklijn voor vloerverwarming en hij is zelden precies afgestemd op de woning. Bij een te hoge stooklijn zal de warmtepomp bij een warmtevraag via de ruimtethermostaat te snel optoeren. Bij een systeem met een buffervat houdt de warmtepomp die inhoud altijd op de stooklijntemperatuur. Dat kan zomaar een paar graden te hoog zijn. Het gevolg is een minder fraaie SCOP.

Hellingshoek van de stooklijn verlagen

Kortom: aan de slag met de stooklijn. Dat is vrij eenvoudig. In de meeste gebruikershandleidingen staat duidelijk omschreven hoe dit moet. Fabrikanten geven daarbij eerst nog een stukje uitleg over het principe van een stooklijn, meestal – maar niet altijd – in begrijpelijke taal. Iedereen die een grafiekje kan lezen, begrijpt hoe een stooklijn werkt. Meestal kun je de hellingshoek van de stooklijn verlagen zodat bij -10 °C een lagere of juist hogere cv-aanvoertemperatuur wordt geleverd, of een offset meegeven. Soms moet je handmatig de temperatuur van het begin- en eindpunt invoeren. Dit is echt een bewonersklusje. Je moet proefondervindelijk vaststellen wat de precieze stooklijn is. Als hij te laag staat afgesteld, wordt het in de woning net niet warm genoeg. In dat geval plus je een paar graden erbij.

Vertragingstijd elektrisch element vergroten

Als de warmtepomp de berekende aanvoertemperatuur niet haalt, schakelt de regeling hulptroepen in. Soms is dit zichtbaar op het display, in de vorm van een vonkje. Bij een all-electric warmtepomp gaat het om een ingebouwd elektrisch element van 3, 5 of nog veel meer kilowatts. Een echte energievreter dus en daarom is het zaak om dat horrormoment zo lang mogelijk uit te stellen. Het elektrische element komt in als de compressor er na een tijdje niet in slaagt om de stooklijntemperatuur te halen. De gebruiker kan dat inschakelmoment beïnvloeden door voor een besparingsmode te kiezen, zoals eco of green. Het elektrisch element schakelt dan met een vertraging van enkele uren in. Dan is het buiten misschien alweer zo warm dat bijstook niet meer nodig is. In de comfortstand gaat het element juist snel aan. Soms is het mogelijk om de vertragingstijd handmatig in te stellen, in minuten. Bij Nefit EnviLine is het zelfs mogelijk om de bijstook te blokkeren.

Finetunen van warm tapwater

Op vrijwel elke warmtepompregeling is nauwkeurig de tapwaterbereiding in te stellen. Is er veel vraag naar warm water, dan kun je de boilertemperatuur omhoog draaien zodat de hoeveelheid warm water virtueel wordt vergroot. Bij kleine huishoudens kan de boilertemperatuur gerust naar beneden, misschien wel naar 45 °C. Soms werkt een fabrikant met profielen in plaats van temperaturen. Daarnaast is er een mooi schakelklokje aanwezig. Daarmee stel je de tijden in waarop de warmtepomp voor warm tapwater mag draaien, of juist de spertijden. Bij lucht/water-warmtepompen is het slim om dit overdag te laten plaatsvinden, bij voorkeur tussen 12 en 17 uur. De buitentemperatuur is dan het hoogst. Of die beperkte draaitijden voldoende zijn, moet proefsgewijs worden uitgevogeld. Als ’s avonds twee mensen onder de douche springen en ’s ochtends ook nog twee, is het de vraag of er dan nog voldoende douchewater is.

Warmte in de vloer bufferen

In dat kader ook de tip om bij winterse koude overdag de thermostaat een halve graad hoger te zetten, zodat er warmte in de vloer wordt gebufferd. Als het dan ’s avonds buiten ijskoud is, hoeft de warmtepomp minder hard te draaien. Met de twee bovenstaande tips krijgt de warmtepomp het overdag druk, maar een buitentemperatuur van +5 overdag levert een significant betere COP op dan bij -5 ’s avonds. En ja, we weten het, de gebruikershandeling is een lijvig boekwerk, maar het loont om hem goed door te lezen. Soms staan zaken wat meer verborgen in de installatiehandleiding die vaak in hetzelfde zakje zit als de gebruiksaanwijzing. Een waarschuwing: het leren programmeren van de timer van de ouderwetse videorecorder is gemakkelijker.

Bovenverdieping wel verwarmen

Veel mensen kiezen ervoor om de slaapkamers op de bovenverdieping onverwarmd te laten. Vaak gaat ook nog het raam open. Het gevolg is dat de slaapkamers koud zijn en de woonkamer warm. De warmteverliezen vanuit de woonkamer nemen toe. Fors zelfs, want de verdiepingsvloer is slecht geïsoleerd. De vloer in de woonkamer moet extra veel warmte leveren om de interne transmissieverliezen naar de slaapkamers te compenseren; veel meer dan volgens de ontwerpcondities van de vloerverwarming. Het gevolg is dat de watertemperatuur van de warmtepomp omhoog schiet. Het is vaak slimmer om de bovenverdieping ook te verwarmen. De aanvoertemperatuur van het cv-water uit de warmtepomp blijft mooi laag, en ondanks de extra verwarmde bovenverdieping kan het energiegebruik lager zijn. Wel moet je natuurlijk het dikke winterdekbed even verwijderen.

Waterzijdig inregelen

Bij vloerverwarming in projectmatige nieuwbouw is waterzijdig inregelen meestal een verplicht onderdeel in de aanbesteding. Bij kleinere bouwprojecten waarbij een installateur zelf vloerverwarming monteert, is het maar de vraag of waterzijdige inregeling plaatsvindt. Soms heeft de vloerverwarmingsleverancier een legplan gemaakt en de stand van de inregelventielen op de tekeningen vermeld, of zijn er prachtige flowmeters op de verdelers gemonteerd. Lang niet altijd is er zo’n fraai ontwerp. Waterzijdig inregelen is een belangrijke maatregel om een verwarmingsinstallatie goed te laten functioneren, of het nu een installatie met een warmtepomp of met een cv-ketel is.

Temperatuurverschil aanvoer en retour

Tegelijkertijd realiseren we ons dat het lastig is om bij al opgeleverde installaties zonder technische gegevens snel vloerverwarmingsgroepen in te regelen. Als gegevens ontbreken, moet een monteur inregelen op basis van het temperatuurverschil tussen aanvoer en retour. Dat meet hij met een infraroodthermometer. Is er een te groot verschil, dan moet de inregelafsluiter verder open, of andersom. Een paar uur later is pas duidelijk hoe hoog de retourtemperatuur is geworden. In deze tijden met enorme schaarste aan vakmensen zijn er weinig installatiebedrijven die het waterzijdig inregelen – met een hoog afbreukrisico – oppakken.

Buitenunit sneeuwvrij houden

De grootste open deur bewaren we tot het laatst. De buitenunit moet sneeuwvrij blijven. Vorige winter, toen op een februarizondag een sneeuwstorm over Nederland raasde, raakten nogal wat buitenunits bedolven onder sneeuw, vooral als ze laag op de grond of op platte daken stonden. Fabrikanten adviseren een minimale hoogte van 20 centimeter boven het maaiveld. Die afstand wordt niet altijd gehaald; vaak staat de unit op een paar betonnen balkjes. Een schop en veger zijn dan geen overbodige luxe. Warmtepompen hoog aan de muur waren vorige winter in het voordeel en hadden geen extra zorg nodig. Warmtepompen in schoorsteenbehuizing hadden ook nauwelijks last van de sneeuwstorm, meldt een leverancier. De wind waait op daken meestal rondom de schoorsteenconstructie, zodat sneeuw minder ophoopt en sneller verwaait.

Stalactieten als geluidsbrug

Vorst kan voor nog een ongewenst bijeffect zorgen: geluidsoverlast. Dat komt doordat condenswater uit de unit bevriest. Soms wordt het afgevoerd naar het riool, waarvan het eerste stuk pvc-pijp is voorzien van thermolint. Bij iets hoger opgestelde units kan het ook onder vrij verval wegstromen. Bij strenge vorst bevriest het condenswater en ontstaat een steeds langere kegel die tot de grond reikt. Of tot op de stoeptegels onder de unit, en als ze strak tegen de buitenmuur zijn gelegd, vormt die prachtige stalactiet een geluidsbrug. De trillingen kunnen vervolgens hoorbaar zijn in de woning. Ook hier is met het juiste tuingereedschap een mouw aan te passen. Remeha waarschuwt er in de installatiehandleiding voor dat bevroren water bij de unit tot gevaarlijke glibberpartijen kan leiden. We geven daarom graag nog even de tip mee dat het handig is om strooizout bij de unit te gebruiken.