Skip to main content

Onlangs presenteerde het kabinet een actieplan dat de grootschalige uitrol van hybride warmtepompen mogelijk moet maken. In dit plan staat onder andere dat deze toestellen over acht jaar 40 procent goedkoper moeten zijn dan in 2021. Frank Agterberg, voorzitter van Vereniging Warmtepompen, vertelde in het programma Zaken Doen van BNR Nieuwsradio dat zo’n forse prijsverlaging niet haalbaar is.

Agterberg was in het programma te gast om te praten over de verduurzaming van de gebouwde omgeving en manieren om de grootschalige overstap naar duurzame verwarming te stimuleren. In het kader van dat laatste staat in het Actieplan Hybride Warmtepompen onder andere dat technische doorontwikkeling en een grotere marktvraag ertoe moeten leiden dat hybride systemen over acht jaar 40 procent goedkoper zijn. “Dat gaat echter niet gebeuren”, stelde Agterberg tegenover BNR. “Warmtepompen worden al in zulke grote aantallen gemaakt dat de prijs niet tientallen procenten omlaag kan. Het installatiewerk kan wel goedkoper. Techniek Nederland werkt eraan dat de installatietijd van hybrides wordt verkort en de installatiekosten dus worden verlaagd.”

Terugverdientijd is een ‘no-brainer’

Agterberg begrijpt de wens dat warmtepompen goedkoper moeten worden. “De  warmtepomp wordt beschouwd als een duur product”, stelde hij in de uitzending. De vraag is volgens hem echter of die perceptie terecht is, met name omdat de terugverdientijd een ‘no-brainer’ is. “Een gemiddelde woning gebruikt 1.200 m³ gas; tegen de huidige prijzen praat je dan over 3.000 euro aan variabele kosten per jaar”, rekende hij voor. “Bij een all-electric-installatie dalen die variabele kosten naar een bedrag van tussen de 1200 en 2600 euro per jaar. Door dat verschil betalen de aanschaf- en installatiekosten zich relatief snel terug.”

Tekorten aan materiaal en installateurs

De ambitie van het kabinet is om in 2030 in de bestaande bouw 1 miljoen geïnstalleerde warmtepompen te hebben. Zeker gezien de huidige tekorten aan materiaal en installateurs wordt het een uitdaging om deze doelstelling te bereiken. “Gemiddeld zal de wachttijd voor eindgebruikers om en nabij een half jaar bedragen”, stelt Agterberg. Een rondgang langs leveranciers liet eerder dit jaar zien dat de wachttijd meestal enkele maanden bedroeg. Volgens Agterberg moet – en wordt – er hard aan worden gewerkt om de achterstanden in te halen: “We zijn met de overheid in gesprek over productie in Nederland.”

‘Gewoon een goede business case’

Om alle doelstellingen te realiseren, maakt het kabinet tussen 2026 en 2030 naast de ISDE-pot een jaarlijks bedrag van 150 miljoen euro vrij. Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw is er voor de hele periode tot 2030 – ook met die extra middelen – nog steeds een tekort van 2,7 miljard euro, zo legde de presentator van het BNR-programma voor aan Agterberg. Die is echter optimistisch: “Ik ben ervan overtuigd dat het plan dat er nu ligt financieel haalbaar is. De vraag naar warmtepompen neemt enorm toe. Er zijn tekorten, maar de levering wordt opgeschaald. De warmtepomp is gewoon een goede business case, wat betekent dat niet alleen naar de overheid, maar ook naar de markt kan worden gekeken als het om financiering van opschaling gaat.”