Steeds meer huiseigenaren met stadsverwarming zoeken naar manieren om hun energierekening te verlagen. De snel gestegen tarieven voor warmtenetten zetten aan tot actie, en de hybride warmtepomp blijkt in veel gevallen een interessante optie. De gebruikskosten kunnen fors dalen, al blijft het vaak hoge vastrecht wel een belangrijk aandachtspunt.
Wanneer werkt een hybride warmtepomp bij stadsverwarming?
Technisch gezien is een hybride warmtepomp in veel woningen met stadsverwarming goed toepasbaar. Dat hangt vooral af van de manier waarop het warmtenet is aangesloten. Er bestaan twee varianten:
- Directe aansluiting: warmtenetwater stroomt rechtstreeks door de woning. Dit brengt risico’s met zich mee, zoals waterschade bij lekkages.
- Hydraulische scheiding: via een warmtewisselaar staat de woninginstallatie los van het warmtenet. Dit maakt de hybride warmtepomp eenvoudig in te passen.
Moderne warmtenetten en renovatieprojecten kiezen meestal voor hydraulische scheiding. In oudere netten komt de directe aansluiting nog veel voor.
Geen verbod op aanpassingen achter de afleverset
Warmtenetexploitanten stellen doorgaans weinig eisen aan de installatie in de woning. Radiatoren vervangen door vloerverwarming mag meestal gewoon. Wel moet soms een maximale retourtemperatuur van 40 °C worden gerespecteerd, zodat het net zo efficiënt mogelijk blijft functioneren.
Hoe sluit je een hybride warmtepomp aan?
Bij een installatie met hydraulische scheiding wordt de hybride warmtepomp geplaatst ná de afleverset. De warmtepomp neemt de verwarmingsvraag over, en alleen wanneer hij het niet redt, schakelt de warmtenet-unit bij. De aansturing gebeurt meestal via aan/uit-signalen, al ondersteunen sommige units ook Opentherm voor nauwkeuriger regeling.
Voordeel: leidingen kunnen vaak via de kruipruimte netjes naar de meterkast worden gebracht.
Aandachtspunten bij directe netten
Bij systemen waarbij het warmtenetwater direct door de woning loopt, wordt het lastiger. Leveranciers willen doorgaans niet dat dit ‘vreemde water’ door de warmtepomp stroomt vanwege:
- toegevoegde chemicaliën tegen corrosie
- afwijkende drukken in het net
In zulke situaties is een extra scheidingswisselaar nodig, inclusief circulatiepomp. Dit maakt de installatie complexer en duurder.
Regeling en vermogen
Bij aan/uit-sturing levert de afleverset vaak direct het volledige vermogen, wat soms te veel is. Door inregelventielen te plaatsen kan de flow worden beperkt zodat de unit bij koude dagen precies genoeg warmte levert. Bij Opentherm-aansturing wordt de aanvoer nauwkeuriger geregeld.
Ervaringen uit de praktijk
Volgens warmtepompexpert Pieter van Alphen kan een hybride warmtepomp tot 80 procent van de warmtevraag overnemen, waardoor de stadsverwarming alleen nog dient als piekvoorziening. In honderden woningen is deze combinatie al succesvol toegepast. Installateurs die hierin gespecialiseerd zijn noemen het een winnende combinatie.
Maar let op: het vastrecht blijft
De grootste rem op de besparing is het in veel gebieden stijgende vastrechttarief. Dit bedrag blijft je betalen, ook als je aanzienlijk minder gigajoules afneemt. Exploitanten hanteren het ‘niet-meer-dan-anders’-principe, maar compenseren hun kosten steeds vaker via een hoger vastrecht.
Daarom is het goed om te berekenen of de investering in een hybride warmtepomp zich terugverdient. De gebruikskosten dalen meestal sterk, maar de totale besparing hangt af van:
- het huidige warmtenettarief
- de hoogte van het vastrecht
- de isolatiewaarde van de woning
- het warmteafgiftesysteem (zoals radiatoren of vloerverwarming)
Conclusie: vaak interessant, maar goed rekenen blijft essentieel
In veel situaties kan een hybride warmtepomp bij stadsverwarming substantiële besparingen opleveren, zeker wanneer een hydraulische scheiding aanwezig is. De installatie is technisch goed haalbaar en het warmtenet springt alleen bij wanneer dat nodig is. Maar doordat het vastrecht blijft, verschilt de daadwerkelijke terugverdientijd sterk per woning.
Voor huiseigenaren die last hebben van hoge variabele tarieven is een hybride warmtepomp daarom vaak een slimme stap, mits de beginsituatie goed wordt beoordeeld.








