Vanaf 2026 moeten hr-ketels bij vervanging plaatsmaken voor een efficiëntere verwarmingsinstallatie zoals een (hybride) warmtepomp. Dit stelt fabrikanten, installateurs en consumenten voor een flinke uitdaging, zeker gezien het huidige tekort aan warmtepompen en installateurs. In een Kamerbrief lichtte minister Jetten (Klimaat en Energie) het Actieplan hybride warmtepompen toe, dat deze obstakels moet helpen overwinnen.
Nieuwe normering voor ketelvervanging
De maatregel houdt in dat hr-ketels vanaf 2026 niet meer één-op-één mogen worden vervangen. Door de nieuwe normering moeten verwarmingsinstallaties aan strengere efficiëntie-eisen voldoen. Een standaard gasketel voldoet daar niet aan, waardoor de keuze automatisch verschuift naar een hybride of all-electric warmtepomp, of – waar aanwezig – een aansluiting op een warmtenet.
Beschikbaarheid en betaalbaarheid
Volgens de minister is het essentieel dat er voldoende apparaten, geschoolde installateurs en een betaalbare prijs voor consumenten zijn. Hier richt het actieplan zich op, in samenwerking met onder meer Vereniging Warmtepompen, Techniek Nederland en Netbeheer Nederland.
Belangrijkste randvoorwaarden
- Er moeten genoeg efficiënte verwarmingssystemen en vakbekwame installateurs beschikbaar zijn. Fabrikanten schalen daarom hun productie op.
- De normering geldt alleen voor woningen waar een warmtepomp technisch en financieel haalbaar is.
- Woningen die binnen tien jaar worden aangesloten op een warmtenet, krijgen een uitzondering om desinvesteringen te voorkomen.
Doel: 125.000 extra hybride warmtepompen
Het kabinet wil de vraag naar hybride warmtepompen sterk aanjagen. In de komende twee jaar moeten 125.000 extra systemen worden geplaatst. Dit komt overeen met het budget dat in de miljoenennota 2022 is vrijgemaakt voor ISDE-subsidie. Daarnaast worden installatietijd en productiekosten aangepakt: fabrikanten moeten hun prijzen in 2030 met 40 procent verlagen ten opzichte van 2021, terwijl installateurs een systeem in één werkdag moeten kunnen plaatsen in plaats van twee.
Meer technische vakmensen nodig
Het tekort aan installateurs is een groot knelpunt. Het kabinet wil daarom dat het aantal vakbekwame warmtepompinstallateurs voor 2025 stijgt tot 100 fulltime equivalenten per 10.000 installaties. Dit wordt bereikt via bij- en omscholing, integratie van warmtepompkennis in technische opleidingen en praktijktrainingen bij ROC’s en IWN-instellingen.
Duidelijkheid over rendement en productkeuze
Er is nog te weinig kennis over welk type warmtepomp het beste past bij verschillende woningtypen. Om installateurs en consumenten te helpen, werkt het kabinet aan een methodiek om rendementen en geschiktheid per situatie inzichtelijk te maken. Zo wordt duidelijker wat de verwachte energiebesparing is en welke configuratie het meest efficiënt werkt.
Impact op het elektriciteitsnet
De groei van duurzame energie zorgt voor pieken en tekorten op het net. Slimme hybride warmtepompen kunnen hierop inspelen door tijdelijk uit- of ingeschakeld te worden bij overschotten of tekorten aan stroom. Minister Jetten spreekt in zijn brief over de “doorontwikkeling naar slimme warmtepompen” die bijdragen aan de stabiliteit van het energiesysteem. Uit de Installatiemonitor blijkt dat de impact op het net beperkt blijft.
Monitoring van de voortgang
Het succes van het actieplan wordt nauwkeurig gevolgd. Daarbij kijkt het kabinet naar het aantal ISDE-aanvragen, de groei in geschoolde installateurs, de ontwikkeling van productie- en installatiekosten en de invloed op het elektriciteitsnet. Zo kan tijdig worden bijgestuurd om de doelstellingen te halen en de warmtetransitie op koers te houden.








