Skip to main content

Warmtelevering via een warmtenet is de meest voorkomende manier van verwarmen in Denemarken. Maar liefst 65 procent van de Deense huishoudens is aangesloten op zo’n net. In Nederland blijft de teller momenteel steken op 6 procent. Het is wonderlijk dat een land als Denemarken – dat zo op Nederland lijkt, qua cultuur, type land en klimaat – zo ver kan voorlopen op het gebied van warmtenetwerken. Wat kan Nederland leren van Denemarken?

De rol van voorloper is uit nood geboren. Tijdens de oliecrisis in de jaren zeventig werd Denemarken gedwongen tot stevige keuzes. Zonder eigen fossiele bronnen was de afhankelijkheid van het buitenland zo groot dat er naar alternatieve warmtebronnen werd gezocht. De Deense overheid heeft destijds een duidelijke keuze gemaakt voor warmtenetten en is daar niet meer van afgeweken. In Nederland miste tot voor kort deze urgentie omdat we de Groningse gasbel hadden.

65 procent van de Deense huishoudens is aangesloten op een warmtenet

In Denemarken is de warmtebehoefte ruim 40 procent van de totale energiebehoefte. De helft van deze warmtebehoefte wordt ingevuld met stadswarmte. Circa 65 procent – en in Kopenhagen zelfs 98 procent – van alle huishoudens is aangesloten op een warmtenet.

De bronnen voor stadsverwarming in Denemarken zijn op dit moment gas (25 procent), kolen (15 procent) en biomassa en afval (60 procent). Biomassa kan een grote rol spelen in dit systeem vanwege de hoge belasting op gas en het ontbreken van een belasting op biomassa. De aanwezigheid van zeer veel eigen biomassa in de vorm van hout speelt een grote rol.

In Denemarken zijn warmtebedrijven coöperaties

Het grootste verschil tussen Nederland en Denemarken zit hem in de bedrijfsstructuur van het warmtebedrijf. In Denemarken zijn warmtebedrijven coöperaties. Ze hebben een professioneel en betaald bestuur, maar de burgers zijn de eigenaren en hebben zeggenschap. Dit houdt de prijs laag. Ook is het in Denemarken voor warmtebedrijven bij wet verboden om winst te maken. Een eventuele marge moet worden gebruikt voor onderhoud en de aanleg van nieuwe netten.

Niet onbelangrijk is dat de overheid garant staat, waardoor banken kapitaal beschikbaar durven te stellen om in de warmtenetten te investeren. Het investeren in een warmtenet wordt daardoor gezien als stabiel en veilig. Tenslotte worden warmtenetten ook geholpen door het rijksbeleid dat alternatieven ontmoedigt. Zo wordt de prijs van gas of olie kunstmatig hoog gehouden door heffingen en belastingen.

Hoge klanttevredenheid door transparantie en lage prijzen

Opmerkelijk zijn de hoge scores op klanttevredenheid over deze warmtevoorziening in Denemarken. Denen hebben, anders dan in Nederland, de mogelijkheid over te stappen naar een alternatieve aanbieder. Uit onderzoek blijkt echter dat ze dat bijna nooit doen. Er is een hoge mate van vertrouwen door transparantie en lage kosten.

Doordat de gemeente of een vertegenwoordiger van de burgers in het bestuur van het warmtebedrijf zit, is de bedrijfsvoering zeer transparant en kan iedereen de kosten inzien. Daarbij komt dat de prijzen voor warmtelevering lager zijn dan de alternatieven zoals aardgas.

De grote verschillen tussen Denemarken en Nederland

Er zijn een aantal grote verschillen tussen Denemarken en Nederland. Zo mogen warmtebedrijven bij ons rendement maken over hun warmtelevering, waardoor het direct minder transparant wordt. Ook zijn de Deense warmtenetten ontstaan vanuit de coöperatieve gedachte, dit zorgt voor meer draagvlak en betrokkenheid van de burgers. Tenslotte is de financiële infrastructuur volledig anders omdat de overheid garant staat, waardoor banken kapitaal beschikbaar stellen.

In Nederland lijkt het nog te ontbreken aan landelijke sturing. We weten wel waar we naartoe willen, maar niet welke route we gaan kiezen. Wordt het all-electric, waterstof, hybride of een combinatie? En hoe groot wordt de rol van warmtenetten? In feite staat Nederland momenteel op dezelfde plek als de Deense overheid gedurende de oliecrisis en is het tijd voor drastische beslissingen.