Skip to main content

Spannende tijden voor Dennis Hurkmans. Een van de twee water/water-warmtepompen voor zijn congrescentrum is aangesloten op een zogenaamde biomeiler, een primeur voor Nederland. Het is een composthoop met 50 kuub organisch materiaal waarin vier warmtewisselaars zijn verstopt. Hamvraag: levert de compostbelt voldoende warmte voor een warmtepomp van 16 kW?

Hij is geen installateur, maar inmiddels weet eigenaar Dennis Hurkmans van ‘de Heische Hoeve’ de fijne kneepjes van de duurzame installatietechniek. Het congrescentrum met drie zalen en 28 hotelkamers in het Brabantse Loosbroek wordt al een tijdje verwarmd met twee warmtepompen van elk 16 kW. De water/water-warmtepompen van Nibe zijn gekoppeld aan warmtewisselaars in een zwemvijver en een horizontaal collectorveld op het landgoed.

Vermogen niet maximaal in winter

De installatie is grotendeels aangelegd door de eigen technische dienst van de Heische Hoeve. Het werkt allemaal naar behoren, maar Hurkmans was niet tevreden. “De warmtepompen draaien op oppervlaktewater. Daarbij zie je dat met name in de winterperiode, als de temperatuur van het water terugloopt, de warmtepompen niet aan het maximale vermogen komen. In die periode laten we een stukje liggen.”

Biomeier met opleggerzeil

Hurkmans zocht naar een bron die in de winter een hogere temperatuur heeft en kwam uit bij composteerwarmte. In Duitsland noemen ze zo’n afgebakende composthoop waaruit warmte wordt onttrokken een biomeiler. In Nederland promoot de stichting Biomeiler deze vorm van duurzame warmte. Volgens de stichting bedraagt de temperatuur in het hart van de composthoop zo’n 60 °C. Dat zou een mooie bron zijn voor de warmtepomp, dacht Hurkmans. Hij is daar zelfs de eerste mee in Nederland. Deze winter bouwde hij op het terrein van de Heische Hoeve een biomeier met een diameter van zes meter. De bodem is gemaakt van opleggerzeil, de zijkanten fabriceerde hij van betongaas. “Daar hebben we worteldoek tegenaan gezet.”

Vier warmtewisselaars

De zijkanten zijn twee meter hoog. In het cirkelvormige bouwwerk plaatste Hurkmans vier warmtewisselaars, ook weer zelfbouw. Het gaat om opgerolde tyleenslang van 32 mm om een gaasconstructie. Dezelfde techniek paste hij ook al toe voor de warmtewisselaars in de zwemvijver. Het gaat om gegalvaniseerd betongaas. “Ik heb van een biomeier in Limburg die voor een andere toepassing wordt gebruikt, geleerd dat gewoon gaas gaat roesten en wegrot. Daardoor krijg je scherpe punten die de slangen lekprikken.” Een warmtewisselaar bestaat uit 25 meter opgerolde tyleenslang. In totaal gaat het dus om honderd meter. Twee warmtewisselaars zijn parallel geschakeld.

Technische installatie de Heische Hoeve

  • Warmtepomp 1: 16 kW, bron zwemvijver
  • Warmtepomp 2: 16 kW, bron biomeiler
  • Zonneboiler: 300 liter
  • Restwarmtepomp whiskystokerij
  • Cv-ketel: 2 x 28 kW op biopropaan

Mix van herfstbladeren en houtsnippers

In januari was de biomeier klaar en kon de shovel worden gestart om het bronsysteem vol te gooien met composteerbare biomassa. Hurkmans: “We hebben hem gevuld met een mix van 30 procent herfstbladeren van het landgoed en 70 procent verse houtsnippers. Verder hebben we er bierborstel bijgegooid. Dat is een afvalproduct van graanresten uit de stokerij. Dat composteert ook prima. We hebben zo een mooie bult gemaakt, met in totaal 40 tot 50 kuub organisch materiaal.”

De warmtewisselaars bestaan uit opgerolde tyleenslang om een gaasconstructie.

Temperatuur en capaciteit
Volgens de stichting Biomeiler, die geregeld workshops geeft, levert een composthoop met een diameter van acht meter (inhoud 200 m3) tussen de 7 en 11 kW aan warmte van zo’n 40 °C. Dat is op jaarbasis 100 MWh. In het tweede seizoen daalt de temperatuur van de biomeiler tot rond de 30 °C. “Er is dan nog veel warmte beschikbaar, mogelijk nogmaals 100 MWh, maar door de geringe temperatuur is het de vraag of deze warmte nuttig gebruikt kan worden”, aldus de stichting. Een warmtepomp kan die energie wel benutten en ophogen naar een bruikbare temperatuur voor vloerverwarming. De kleinste biomeiler staat bij een bed&breakfast in Vught en voedt een buitendouche. Deze biomeiler heeft een diameter van 1,5 meter en is 1,2 meter hoog. In de composthoop zit honderd meter opgerolde slang van zestien millimeter. De biomeiler levert elke dag douchewater van zo’n 27 °C. Op internet zijn bouwtekeningen te vinden van een biomeiler in een kliko.

Biomeiler in compostbak.

Niet te koud, niet te warm

De komende maanden wil Hurkmans de werking onderzoeken. Blijft de composthoop inderdaad een flinke tijd warmte afgeven? “Ze zeggen dat hij twee jaar de warmte vast moet houden. Als hij het bij ons maar één jaar volhoudt, vind ik dat al geweldig.” Ook is onbekend hoeveel warmte de warmtepomp aan de composthoop mag onttrekken. Binnenin mag het niet te koud worden, anders raakt de compostering van slag. Maar het mag binnenin ook niet te warm worden, want dan zou de brontemperatuur te hoog kunnen worden voor de warmtepomp. “Die balans moet worden gezocht. Er moet evenwicht zijn, maar dat gaan we wel leren. Ik heb een cursus composteren gevolgd bij de agrarische hogeschool om te begrijpen wat er in een composthoop gebeurt.”

Brontemperatuur stabiel op 8 graden

Al na een paar dagen begon de composthoop te dampen. En ook binnenin zag Hurkmans de temperatuur oplopen. Maar zodra hij de warmtepomp aanzette, zakte de aanvoertemperatuur. Na nog een paar dagen bleef de brontemperatuur stabiel op zo’n acht graden. “Daar ben ik erg tevreden mee.” Normaliter is de flow uit een biomeiler heel laag, het gaat bijna om stilstaand water. De warmtepomp heeft een veel grotere flow, waardoor de temperatuur zakt. Hurkmans heeft goede hoop dat de temperatuur verder stijgt. “Eerst wordt de buitenkant warm, en dan de binnenkant. Hoeveel warmte dit op jaarbasis levert? Ik heb geen flauw idee. Ik ga het gewoon meten en ervaren. Volgend jaar weet ik hoe het zit.”

Tien biomeilers in Nederland
In ons land zijn volgens telling van de stichting Biomeiler inmiddels zo’n tien biomeilers in gebruik. In Duitsland staan er zo’n vijftig. In 1960 was Jean Pain in Frankrijk de eerste die organisch materiaal gebruikte om warmte aan te onttrekken. Compostverwarming is nog een relatief onbekend vorm van duurzame warmte die volgens de stichting veel potentie heeft. Het is iets anders dan vergisting, waarbij biogas, maar geen warmte ontstaat. Bij compostering ontstaat wel warmte en juist geen biogas. Houtsnippers en snoeiafval zijn erg geschikt voor compostering . Bacteriën breken houtsnippers gemakkelijk af tot bruikbare compost. Bij het composteringsproces – dat achttien maanden duurt – komt warmte tot 60 °C vrij. Kunststof slangen kunnen die warmte uit de hoop halen. Een biomeiler heeft een diameter van een tot tien meter en is maximaal drie meter hoog. Een hogere stapel is niet zinvol; bacteriën onderin komen dan niet tot leven.

Bron: https://www.vakbladwarmtepompen.nl/7925/warmtepomp-haalt-composteerwarmte-uit-houtsnipperberg